De 3 succesfactoren voor succesvolle communicatie

Er zijn drie belangrijke succesfactoren bij het communiceren met uw hond. Dit zijn timing, consistentie en motivatie. Deze drie factoren helpen om begrip te creëren tussen u en uw hond.

Timing

Timing houdt voor uw hond in dat hij een straf of beloning kan toewijzen aan een bepaalde actie of gedrag. Bij de hond mag er tussen actie en reactie ongeveer 2 tot 4 seconden zitten. Dit is echter uit te rekken naar 7 tot 9 seconden of zelfs 12-14 seconden door gebruik te maken van overbruggende technieken.

Een overbruggende techniek koppelt een actie met een reactie, ook al komt deze een paar seconden later. Stelt u zich bijvoorbeeld eens voor dat u uw hond wilt leren ‘blijven’. U laat hem zitten en loopt een kleine 20 meter verder. Zodra u weg wilt lopen staat uw hond op, klaar om achter u aan te lopen. Omdat u zojuist het ‘blijf’ commando heeft gegeven en de hond zich daar niet aan houdt zult u kracht achter dit commando moeten zetten. Maar wat gebeurt er als u gewoon terugloopt naar uw hond? Het overbruggen van 20 meter zal langer duren dan 2 tot 4 seconden. In de tussentijd zal de hond bijvoorbeeld kijken naar een toevallig passerend vliegtuig. Zo kan uw correctie volgens u opgevat worden voor het niet ‘blijven’ op commando, maar de hond zal dit begrijpen als een correctie voor het kijken naar het vliegtuig. De volgende keer dat u weer wegloopt, zal de hond weer achter u aankomen. Het is dus niet zozeer dat de hond hier dom reageert maar meer zijn eigenaar. De eigenaar heeft er niet aan gedacht om de hond de correctie te laten associëren met het ongewenste gedrag binnen de aandachtspanne van de hond. De aanvankelijk korte aandachtspanne van 2 tot 4 seconden moet dus verlengd worden. Hier komen de overbruggingstechnieken bij kijken.

Neem hetzelfde scenario in gedachten waar u weer uw hond het ‘Blijf!’ commando geeft alvorens 20 meter weg te lopen. Stel dat uw hond opstaat juist als u 20 meter verderop staat. U reageert door onmiddellijk ‘Nee!’ te roepen, wat duidelijk aangeeft aan uw hond dat het opstaan ongewenst gedrag is. Terwijl u zich terug begeeft naar de hond blijft u ‘Nee!’ herhalen totdat u bij hem bent. Eenmaal teruggekomen geeft u hem weer het ‘Blijf!’ commando.

Wat er hier gebeurt, is dat de hond de correctie direct associeert met de ondernomen actie en door het herhaaldelijk aanhoren van ‘Nee!’ krijgt hij niet de gelegenheid afgeleid te raken van andere dingen.

Een ander voorbeeld. Stel dat u een nieuwe hond in huis heeft genomen die nog niet volkomen huiselijk is. U maakt de ongelukkige fout door hem onbeheerd alleen thuis te laten tijdens een etentje in het restaurant. Zodra u de deur achter u dicht trekt begeeft de hond zich naar de prullenbak en gooit hij al het vuil door de hele keuken. Naderhand valt hij rustig in slaap in zijn mand.

Twee uur later komt u terug van een welverdiend etentje en ontdekt u dat uw nieuwe aanwinst zich niet heeft gedragen zoals u zou willen. U rent verhit door het huis en schreeuwt tegen de hond: ‘Wat heb je nou gedaan!’. Dit zal echter geen wenselijk resultaat opleveren. Uw hond zal het geschreeuw (een negatieve reactie) associëren met het slapen in zijn mand en niet met het omgooien van de vuilnisbak waar u hem eigenlijk voor wilt straffen. Dit is duidelijk een geval van slechte timing wat voor ons inhoudt ‘het de hond laten associëren van de reactie met de actie’.

Nu zult u zich waarschijnlijk afvragen hoe u dit ongewenste gedrag van uw hond kunt voorkomen. U moet ervoor zorgen dat uw hond een motiverende correctie krijgt zodra hij aan de vuilnisbak komt. Dit kunt u op een aantal manieren bewerkstelligen. Denk bijvoorbeeld aan het verstoppen van een smakelijk stukje kip in de afvalbak. Loop daarna naar de andere kant van de kamer maar verlies de hond niet uit het oog. Zodra hij de vuilnisbak wil omgooien om bij het smakelijke stukje kip te komen, roept u hard ‘Nee!’ en rent u naar hem toe om hem een correctie te geven. U kunt hem een correctie geven door aan felle ruk aan zijn halsband te geven mocht hij deze in het huis dragen.

Consistentie

De tweede belangrijke succesfactor bij het modificeren van het gedrag van uw hond is consistentie. Consistentie houdt in dat uw hond bij elke actie dezelfde reactie kan verwachten. Als de hond in uw vuilnisbak neusde en u corrigeerde hem voor dat gedrag zal hij denken: ‘Okay, dat mag ik niet’. Maar misschien is dit niet genoeg voor uw hond en zal hij denken: ‘Ik kan het allicht nog een keer proberen, misschien was het baasje wispelturig en was het slechts eenmalig’. De hond zal het nogmaals proberen waarop u weer een correctie moet geven. Misschien zal hij het zelfs wel een derde keer proberen maar verzeker uzelf ervan dat u hem weer corrigeert. Uiteindelijk zal hij begrijpen dat zijn gedrag van het neuzen in het vuil, weinig positiefs uit zal halen. Hij zal denken: ‘Elke keer als ik mijn neus in de vuilnisbak stop gebeurt er iets negatiefs. Ik ga dit niet meer doen!’. Omdat u consistent bent geweest duurde het niet lang voordat de hond doorhad dat het rondneuzen in vuilnis ongewenst gedrag is.

Laten we nu kijken wat er zou gebeuren als u niet consistent zou zijn. Stel dat de hond weer in de vuilnisbak heeft gezeten en dat hij daar een correctie voor heeft gehad. De tweede keer kreeg hij deze ook. Echter, de derde keer kreeg hij geen correctie en vond hij een lekker stuk malse kip. De hond zal nu denken: ‘Dit is geweldig, er is lekkers te halen uit deze vuilnisbak’ en zal niet schromen nogmaals in het vuilnis rond te neuzen. Zelfs al zouden we de volgende keren dat de hond in het vuilnis neust corrigeren, dan nog zou het lastig zijn om de hond te doen realiseren dat het graven in het vuilnis niet beloond wordt. Dit kan zelfs tot 8 pogingen duren alvorens de hond door gaat krijgen dat het neuzen in het vuilnis niets positiefs oplevert. Omdat we inconsistent waren in onze reacties zijn we vele malen langer bezig met het corrigeren van de hond. Als we consistent waren geweest was dit geen probleem geweest.

Timing en consistentie zijn twee heel belangrijke factoren bij het trainen van uw hond. Maar met alleen deze twee basisregels zal het twee tot drie jaar gaan duren alvorens uw hond totaal getraind is. Tenzij u gebruik maakt van nog een derde basisregel: motivatie.

Motivatie

Motivatie houdt in dat de hond snapt dat wat u ook doet, het een betekenis heeft. Dit kan zowel in de vorm van beloningen als correcties. Laten we dit onderwerp bekijken aan de hand van een voorbeeld.

Stelt u zich eens voor dat uw hond kan autorijden en hij te hard rijdt in zijn sportauto over de A1 richting Amsterdam. U, dat wil zeggen, de trainer, bent de politieagent die hem staande moet houden. U zult hem waarschuwend corrigeren als hij de snelheidslimiet overschrijdt.

Het probleem in dit scenario is dat deze correctie niet motiveert. In andere woorden; het heeft geen betekenis voor de hond. Als dit fenomeen zich 100 tot 200 keer blijft herhalen zult ook u geen politieagent meer willen zijn omdat u simpelweg geen resultaat ziet.

Eigenlijk is er niets mis met de techniek. Het enige probleem hier is dat de correctie niet motiveert. We kunnen bijvoorbeeld meer betekenis geven aan de correctie door deze een bekeuring van €200,- te maken. Dan is de correctie opeens verandert in iets wat (de-)motiveert. U hoeft nu nog maar 3 of 4 bekeuringen uit te delen voordat uw hond besluit dat te hard rijden niet loont. Het kan zijn dat uw hond het temperament heeft van een 21 jarige straatracer. In dit geval zult u misschien bekeuringen moeten uitschrijven van €2000,- of misschien zelfs €20.000 euro. Het kan echter ook zo zijn dat uw hond meer zo is als uw grootmoeder met een zacht temperament. Deze hond zal alleen een strenge blik nodig hebben om te beseffen dat hij fout zat.

Motivatie is dus per hond verschillend en het is de taak aan zijn baasje om uit te vinden welk temperament de hond heeft. Natuurlijk is het verkrijgen van een beloning ook motiverend; het gaat erom dat de hond goed reageert op de motiverende werking. Neem altijd positieve beloning als uitgangspunt; de hond zal u dan respecteren en van u houden – in het uitzonderlijke geval dat hij bij u uit de gratie valt, zal hij een corrigerende blik direct aanvoelen en zal hij zijn best doen om weer uw goedkeuring te winnen.

Samengevat zijn er 3 succesfactoren bij het communiceren met de hond. Enerzijds moeten we rekening houden met timing; de hond kan de straf of beloning toewijzen aan een bepaalde actie of gedrag. Anderzijds moet er rekening worden gehouden met consistentie; de hond krijgt dezelfde reactie bij elke actie die hij onderneemt. Afsluitend moeten we rekening houden met motivatie; hetgeen u onderneemt moet betekenis hebben.

Een oudere hond trainen en opvoeden

Oudere honden hebben ieder hun eigen gewoonten, zowel goede als slechte. Als u een hond heeft aangeschaft met een aantal slechte gewoonten heeft u nog wat werk voor de boeg. Het zal veel tijd en geduld kosten om de slechte gewoonten tegen te werken. Sommige slechte gewoonten en manieren om deze tegen te werken, staan beschreven in module 6: Hondenproblemen opgelost. Veel voorkomende slechte gewoonten zijn:

– overmatige agressie

– het achterna zitten van katten

– algemene ongehoorzaamheid

– excessief blaffen

– bijten, vaak voorkomend uit angst

– destructief gedrag, zoals kauwen op voorwerpen

– ongehoorzaamheid jegens bepaalde familieleden (dominantieproblemen)

De mensen die gewoonlijk een oudere hond aanschaffen, verkrijgen deze via het asiel of via de vorige eigenaar die om welke reden dan ook, niet meer voor zijn hond kan zorgen. Een oudere hond zal zich langzamer aanpassen aan zijn nieuwe omgeving, zeker als de hond mishandeld is in het verleden. Het is belangrijk dat hij zich veilig voelt. Begin dus met het geven van een eigen plekje waar hij kan slapen en eten.

Zorg ervoor dat u uw hond niet los laat. Als dit wel gebeurd zit de kans erin dat hij niet snel zal terugkeren, zeker niet als de hond mishandeling kent uit het verleden. Laat de hond zo vaak mogelijk een halsband en riem dragen tenzij hij in een afgesloten omgeving is zoals de huiskamer, zijn bench of zijn mand. Maak geen gebruik van slipkettingen tenzij u uw hond aan het uitlaten of trainen bent.

Door routinematig uw hond te voeren en hem uit te laten, weet de hond wanneer het deze tijd is. Zorg dat de hond zich op zijn gemak voelt in zijn omgeving. Als de hond zich nerveus gedraagt in zijn omgeving, houd dan kinderen, luide televisies en andere honden, uit de buurt.

Grenzen stellen: Voorkom dat uw hond bij huis wegloopt

U kunt honden goed leren om tot een bepaald punt te komen en niet verder, bijv. de keuken, het tuinhekje en zo verder.

U zult consequent telkens als uw hond de grens overgaat hem moeten corrigeren en hem belonen als hij op het erf blijft. Buiten kunt u een grens aangeven door middel van een hek of beplanting. Als uw hond in de puberteit is, kunt u hem beter aan een lang stuk touw laten zodat hij goed weet hoever hij mag komen. Op latere leeftijd zal hij de grenzen, mede door uw aanwijzingen, vanzelf kennen en opvolgen.

Mocht hij toch over de grens gaan, zegt u met boze strenge stem FOEI en geeft een korte maar merkbare correctie aan het touw. Hoe eerder hij reageert, hoe beter: Zijn gehoorzaamheid op basis van uw aanzet tot een correctie is het beste, daarna een reactie op uw benadering, uw stem en uitendelijk de correctie.

Beloon de hond op hoe hij reageert; hoe beter de reactie, hoe groter de beloning (in uw enthousiasme, of in probleemgevallen en grote vooruitgang een voedselbeloning).

Puppy training: Wanneer begint u?

Pups trainen

Vanaf zes tot acht weken reageren pups het beste op training. Vanaf deze leeftijd kan de standaard gehoorzaamheidstraining beginnen. Het kan tot vijf maanden duren voordat uw hond alle onderdelen van de training snapt. De eerste paar trainingssessies kunt u het beste kort houden. Wel kunt u meerdere korte sessies per dag houden. Bouw de tijdsduur van de sessies langzaam op over de maanden die volgen zodra u merkt dat uw pup zich beter gaat concentreren op de training. Wat heel erg belangrijk is om spelenderwijs de commando’s met de pup te oefenen, maak hierbij gebruik van een speeltje wat u alleen gebruikt tijdens de trainingen bijvoorbeeld een balletje in een oude sok. Introduceer de startende oefeningen voor uw pup zoals beschreven in module 4: Commando’s om mee te beginnen: Zitten, Blijven en Ophalen.

Training na 6 maanden

Zodra uw hond ongeveer 6 maanden is, is hij klaar voor de wat formelere training. Als u de aanwijzingen uit module 4: Commando’s om mee te beginnen, heeft gevolgd, zou uw hond zich goed moeten gedragen en goed onder controle te houden moeten zijn. Doorgaan met de training heeft als gevolg dat uw band met de hond beter wordt en de hond mentaal gestimuleerd wordt.

Als u verder gaat met de training kunt u het beste op zoek naar een open vlakte waar zo weinig mogelijk afleiding is, zoals een park. Probeer zoveel mogelijk plezier te hebben met uw hond tijdens de trainingssessies. Op deze manier wil de hond graag met u werken en haalt u het meest uit de sessies. Als de training de hond niet aan staat zult u merken dat het lastig wordt hem iets aan te leren.

Benchtraining: De basisbeginselen

Benchtraining is een zeer effectieve methode om uw hond te trainen in de huiselijke omgeving. Het wordt door veel mensen gebruikt. Een bench is hier een metalen spijlen constructie en komt in een grote variatie van maten. Overtuig uzelf ervan dat u de juiste maat bench kiest voor uw hond zodat deze zich niet opgesloten zal voelen. Alle goede dierenwinkels hebben deze benches in hun assortiment en kunnen u informatie geven over welke bench bij uw hond past.

Uw hond moet de bench gaan zien als zijn eigen, veilige, plekje. Ergens waar hij naartoe kan gaan als hij wil rusten. Het is daarom zaak de bench zo comfortabel mogelijk te maken door er speeltjes en/of een deken in te leggen. Benchtraining is niet altijd gemakkelijk en kan veel tijd in beslag nemen. Geduld en gedrevenheid is onmisbaar voor een goede benchtraining van uw hond.

De keuze van uw bench

  • We raden aan een bench aan te schaffen van metalen spijlen, of een plastic bench met een rooster deur. Onderstaand vindt u een aantal factoren waar u rekening mee moet houden.

  • Het eerste waar u rekening mee moet houden is de maat van de bench. Denk eraan dat uw puppy groter zal groeien en dat het beter is om in een grote bench te groeien dan uit een kleine bench. Zorg ervoor dat er genoeg ruimte voor uw hond is om zich te manoeuvreren.

  • Een plastic bench is gemakkelijker schoon te maken. Als u de binnenkant van de bench bekleedt met kranten of oude lakens is dit comfortabeler voor de hond en is de bench gemakkelijker schoon te maken.

  • De bench die u voor ogen heeft moet een mogelijkheid bieden tot het afsluiten ervan, zodat uw hond niet vrijelijk kan rondbewegen in huis als dit niet de bedoeling is.

  • Als uw hond snel bang wordt is het handig een bench te nemen met metalen spijlen zodat de hond zijn omgeving goed kan zien. Echter, deze spijlen zijn voor andere honden weer angstaanjagend en dan is de plastic bench een betere keuze.

  • De plastic bench is een goede keuze als u veel reist. Het is ook een vereiste om uw hond mee te kunnen nemen in een vliegtuig.

  • Verwijder de halsband en riem van de nek van uw hond alvorens hem in de bench te plaatsen. Er is een mogelijkheid dat hij verstrikt komt te zitten in de riem en in paniek raakt om daarmee zichzelf te verstikken. Om dezelfde reden moet u geen hondenspeeltjes in de bench achterlaten.

Communicatie: Wat wil uw hond u vertellen?

Honden maken onder andere gebruik van geur om te communiceren met elkaar en om erachter te komen wat er gebeurt in de wereld om hen heen. Veel mensen zijn zich er van bewust dat honden hun territorium afbakenen door te urineren: tegen een lantaarnpaal, een hek, of als u pech heeft, uw favoriete stoel. Dit is instinctief gedrag en laat de andere honden weten dat hij aanwezig is en dat dit zijn route is. Uiteraard kan een dominantere hond besluiten dat het zijn territorium is en zijn geur achterlaten bovenop de geur van de vorige hond.

De urine, en soms de uitwerpselen achtergelaten door uw hond kunnen ook informatie overbrengen. Aan de uitwerpselen van een teefje kan een andere hond bijvoorbeeld ruiken of ze loops is of niet. Alle honden maken gebruik van geur om meer over elkaar te weten te komen. U zult dit merken als twee honden elkaar ontmoeten en elkaar besnuffelen in de poging meer over elkaar te weten te komen

Honden hebben een zeer speciale en unieke manier van communiceren omdat de hond vele mogelijke poses aan kan nemen. Een hond maakt gebruik van zijn oren en vacht tot romp en staart om te laten merken in wat voor bui hij is, wat hij voelt en wil.

Om een betere band met uw hond te kunnen krijgen is het handig wat van de lichaamstaal van uw hond te snappen. Het kan erg nuttig zijn om te weten wanneer uw hond bang, opgewonden, speels of bezorgd is, of gewoon naar het toilet moet. Onderstaand vindt u een selectie uit veel voorkomende poses en signalen die uw hond kan geven wanneer hij met u wil communiceren.

Het gebruik van zijn lichaam om te communiceren

Rug in de lucht en kwispelend: Dit betekent dat uw hond zin heeft om te spelen en plezier te hebben. Het is dus tijd om zijn favoriete speeltje uit de kast te halen en wat met hem te spelen of trainen.

Staart tussen de achterpoten: Dit laat zien dat de hond van iets of iemand bang is. Als hij rondloopt met zijn staart op deze manier kunt u het beste nagaan wat er aan de hand is.

Kwispelen: Dit is wat iedereen voor ogen heeft als men het heeft over een vrolijke hond. In feite kan kwispelen meerdere dingen betekenen, van speelsheid tot vrolijkheid, van spanning tot agressie. Als de hond losjes kwispelt, is hij waarschijnlijk vrolijk en blij. Kwispelt hij echter hoog en snel, dan kan het agressie betekenen. Als de staart ontspannen en stil hangt is uw hond tevreden.

Omhoog staande haren: Dit betekent dat uw hond of bang voor iets is of klaar is om te vechten met de veroorzaker van zijn omhoog staande haren.

Rollen: Dit is meestal een teken van onderdanigheid in het bijzijn van andere honden of mensen.

Snuffelen: Een hond kan om vele redenen snuffelen. Hij zou kunnen snuffelen omdat hij iets ruikt waar hij onbekend mee is of omdat hij een dier of persoon wil identificeren. Een hond gebruikt zijn reukvermogen om verschillen te herkennen. Hij kan snuffelen om meer te weten te komen van de persoon in kwestie. Als de hond aan de vloer, lantaarnpaal of het hek buiten ruikt kan het zijn dat hij de geur opgevangen heeft van een andere hond die zijn territorium heeft afgebakend. Als de hond de vloer in het huis wat ongeduldig in cirkeltjes besnuffelt, dan is het wellicht tijd voor een sanitaire stop.

Gespannen houding: Als uw hond in een gespannen houding staat duidt dit op angst. Dit kan gepaard gaan met een gedeeltelijk laag hangende staart.

Kruipen: Een gespannen houding gecombineerd met een kruipende positie betekent vaak dat uw hond zich klaar maakt om aan te vallen. Het staat bekend als een roofdierenhouding. De hond kan zo reageren door een favoriet speeltje, eekhoorn of inbreker.

Opspringen: Als u merkt dat uw hond opspringt en al kwispelend druk in de rondte springt, wil dat meestal betekenen dat hij blij is. Hij kan blij en speels zijn of gewoon blij en opgewonden omdat u zojuist bent thuisgekomen van uw werk.

Dit is slechts een greep uit de vele lichaamsuitdrukkingen die een hond kan maken om over te brengen wat hij voelt. Door de lichaamstaal te begrijpen kunt u een hechtere band creëren tussen u en uw hond.

Speelgoed voor uw hond

Om uw hond vrolijk en speels te houden moet hij voldoende speeltjes hebben, vooral als hij vaak alleen is. U moet er wel zeker van zijn dat het speelgoed dat u voor hem koopt veilig en geschikt voor hem is. Dit is extra belangrijk als hij er zonder toezicht mee aan de slag gaat, als u bijvoorbeeld op uw werk bent.

Er is een groot aantal fantastische speeltjes verkrijgbaar waar uw hond uren achtereen zoet mee kan zijn. De speeltjes kunnen een enorme mentale prikkel vormen, zelfs als u er zelf niet bij bent. Uw hond kan eigenlijk niet zonder speelgoed. Hij heeft iets nodig om zijn geest bezig te houden, wanneer hij alleen is of als hij zich heeft teruggetrokken naar zijn eigen stek. Zonder speeltjes kan een hond gefrustreerd raken, zich gaan vervelen, depressief of ongeïnteresseerd worden.

Kies het speelgoed heel zorgvuldig. Het speelgoed moet passen bij uw levensstijl en de persoonlijkheid van uw hond. Als u vaak van huis bent en niet altijd op de hond kunt letten moet u nooit iets kopen wat uit kleine onderdelen bestaat. Als hij iets inslikt zou hij er makkelijk in kunnen stikken. Speeltjes met een opwindmechanisme zijn echt uit den boze omdat uw hond – als hij zijn zinnen er op heeft gezet – deze makkelijk gedemonteerd krijgt en de kleine onderdelen zou kunnen inslikken.

Piepspeeltjes: Aan dit type rubberen speelgoed kunnen de meeste honden enorm veel plezier beleven. Ze vinden het geweldig om er achteraan te rennen en er net zo lang op te bijten tot het dood is (tot het ophoudt met piepen). Hoewel u zich op den duur aan het gepiep kunt gaan ergeren als uw hond er eindeloos mee blijft spelen, voor hem is het geweldig. Zeker als u weg bent en hij zichzelf moet vermaken.

Touw: Er bestaat speciaal hondentouw waar uw hond uren zoet mee kan zijn. Hij kan er op bijten en kauwen en het is tevens goed voor zijn gebit. Het is een prima manier om zijn tanden, maar ook zijn geest gezond te houden. Zorg er voor dat hij altijd iets te doen heeft als hij alleen is.

Kauwsticks: Het valt eigenlijk niet in de categorie speelgoed, maar toch kunnen ze een opwindend en smakelijk speeltje vormen voor uw hond. Honden vinden het heerlijk om ergens aan te knagen of om op iets te kauwen. Misschien heeft u dat wel gemerkt aan de tandafdrukken in uw schoenen of het meubilair. Deze kauwsticks zorgen er voor dat zijn tanden en tandvlees gezond blijven en houden de geest van uw hond scherp.

Rubber bot: Ze vinden het geweldig om er op te kauwen en ze zijn verkrijgbaar in allerlei kleuren zodat ze uw hond blijven vermaken. Ze zijn van sterk materiaal en gaan daardoor lang mee. Het zal u geen handen vol geld kosten al kauwt uw hond er de hele dag op.

Pluche speeltjes: Honden houden ervan om met dingen te gooien en ze vervolgens weer op te halen. Pluche speeltjes zijn daar zeer geschikt voor. Ze kunnen ze zelfs gebruiken om mee te knuffelen als ze zich moe of alleen voelen. Ze zijn er in alle soorten en maten dus of uw hond nu groot of klein is, er moet iets voor hem te vinden zijn waarmee hij zich kan vermaken. U zult verbaasd zijn hoeveel verschillende soorten speeltjes er zijn voor uw hond. En uw hond zal zich er uren mee kunnen vermaken. U moet ze echter niet allemaal tegelijk geven. Om het spannend te houden kunt u per dag een aantal speeltjes voor hem klaar leggen. Zo kunt u hem optimaal prikkelen en houdt u hem geïnteresseerd.

Begin vroeg met opvoeden van kauwende en bijtende honden

Als u vroeg begint met de opvoeding en training van uw huisdier scheelt u dat op de lange termijn een heleboel ergernis. Heeft u een puppy gekocht? Dan zult u wel gemerkt hebben dat hij het heerlijk vindt om overal op te kauwen. Dit is natuurlijk niet erg zolang hij kauwt op een speeltje of een kauwstick, maar hij zal echt overal op kauwen. Slippers, schoenen, meubels en alles wat hij maar tegenkomt. Hier moet u meteen tegen optreden, anders kan het later nog een serieus probleem worden.

De pup bekend maken met de huisregels kan een goede basis zijn voor zijn verdere training. Op die manier leert hij u en uw huis te respecteren en weet hij wie er de baas is. Als u spullen heeft die u liever niet kapot gekauwd ziet – bijvoorbeeld die dure schoenen die u een fortuin kostten – dan kunt u ze maar beter goed wegzetten. Uw pup maakt geen onderscheid tussen een dure schoen en een goedkoop speeltje uit de dierenwinkel. De keuze is aan u! Mocht uw pup toch onverhoopt aan iets zitten knagen wat niet mag neem het hem dan af en zeg streng: Af! U moet nooit gaan schreeuwen of uw hond slaan als hij iets doet wat niet mag. Dan maakt u hem alleen maar bang en beschadigt u de vertrouwensband. Het is voldoende om het af te pakken en hem streng, maar rustig toe te spreken.

Het ABC systeem van training en opvoeding

Een belangrijk begrip wat ik u wil meegeven voordat u begint is een beetje informatie over hoe een hond het snelst nieuwe dingen aanleert: Het ABC systreem. Dit is een acroniem voor Associatie, Bekrachtiging en Consistentie. Zodra u een goed begrip heeft van ABC zult u geen problemen ondervinden bij het trainen van uw hond.

Associatie, Bekrachtiging en Consistentie zijn drie vitale punten van aandacht die elke hondentrainer in zijn of haar achterhoofd moet houden voor het juist trainen van een hond.

Honden leven met het moment en hebben daarom maar een simpel perspectief van de wereld om hun heen. Ze leren door een actie te associëren met een positieve of negatieve reactie. Een voorbeeld van een positieve associatie is het geven van een beloning (zoals een honden snoepje) als de hond naar u toe komt als u zijn naam heeft geroepen. Na enige tijd zal de hond het roepen van zijn naam koppelen aan de beloningen.

De belangrijkste soorten beloningen voor een hond zijn voedsel, en (bevestigende, ofwel positieve) aandacht.

Daarom een paar woorden over beloning en straffen:

Voedsel beloningen zijn een goede manier om te starten met de training. Geef hem kleine beetjes, en moedig hem tegelijkertijd aan met uw aandacht en stem. Zodra hij de draad oppakt, bouwt u de voedsel beloningen af. Het doel is om zoveel mogelijk op basis van stem en aandacht te werken. Teveel voedsel houdt in dat hij niet voor u werkt, en als hij vol zit zal hij geen reden meer zien om te gehoorzamen.

In principe is beloning-gerichte training de beste manier om een hond nieuwe commando’s aan te leren. Alle succesvolle trainingsmethodes zijn hierop gebaseerd. Straffen is ook geen effectieve training strategie. Corrigeren, soms ferm, is beter; u laat hem of haar zien wat er verwacht wordt. Als de hond serieuze dominantie problemen heeft, moet u daar eerst aan werken.

Als u hem corrigeert, brengt u hem altijd terug naar de oefening. Begint hij net, dan kunt u hem belonen als hij het alsnog goed afmaakt. Traint hij al langer, dan beloont u voor commando’s die hij uit zichzelf heeft gehoorzaamd. Zo hoort het.

U leest meer over de verschillende soorten beloningen vindt u in module 3.

Punt B is Bekrachtiging: De hond zal dit patroon vasthouden als de acties en reacties consistent met elkaar blijven. Zo lang gehoorzaamheid consistent positief voor hem blijft uitpakken, zal hij dit patroon volgen: Honden doen, over het algemeen, wat werkt.

Het zijn net mensen…

Het laatste punt, consistentie, wat betekent dat alles hetzelfde blijft, zorgt voor duidelijkheid. Door consequent en consistent te zijn raakt de hond niet in de war; zijn rol is duidelijk, zijn positie is zeker. Dit zorgt voor een rustige, zekere, en daardoor sociale en gehoorzamere hond. Wees dus consequent en zorg er ook voor dat u de commando’s die u geeft ook kunt corrigeren als hij of zij ze niet opvolgt. Laat hem niet het idee krijgen dat ongehoorzaamheid af en toe ook okay is – dit legt de basis voor toekomstige conflicten.

Het ABC systeem is een makkelijke manier om te onthouden wat de basis is van goede training.

De persoonlijkheid van uw hond

Na het socialiseren heeft de persoonlijkheid de meeste invloed op het gedrag van uw hond. Het begrijpen hiervan is cruciaal voor de unieke benadering die u gebruikt voor uw hond. Een hond is wat dat betreft net een kind: elke is uniek en vereist een eigen aanpak. Voordat u begint met de training moeten we dus eerst de persoonlijkheid van de hond vaststellen. Na zeven weken is de persoonlijkheid van een hond redelijk te peilen. Zodra u de persoonlijkheid van de hond heeft achterhaald, haalt dit alle vragen weg over hoe de hond te trainen. U zult een beter begrip krijgen over wat voor hond u nu eigenlijk heeft en hoe een goed trainingsprogramma samen te stellen.

Grofweg zijn er drie categorieën honden. De dominante, de bèta en de omega. Dominante honden zijn sterk, dapper, zeker van hun zaak, confronterend en deinzen niet snel voor iets terug. Dit wordt ook wel de alfahond genoemd. Daarnaast is er de bètahond. De gulden middenweg. Dit is wat de meeste mensen zouden moeten hebben. Het is een rustige, ontspannen hond. Zeker van zijn zaak maar niet confronterend. Het is ook een leuke, energieke hond met wat pit en respect voor anderen. De laatste soort, de omegahond, is een onderdanige hond. Dit zijn gevoelige, zachte, passieve, rustige, verlegen maar ook angstige honden.

Om te bepalen wat voor hond u ongeveer heeft gebruiken we 3 testen. Deze noemen we de ‘Sociale interactie test’, de test van reacties op nieuwe omgevingen en tolerantie in het omgaan met de hond.

Laten we beginnen met de test van de sociale interactie. Dit zal bepalen hoe sociaal aantrekkelijk uw hond andere mensen vindt. U heeft hiervoor een aardige onbekende van de hond nodig – een vriend of familielid die de hond niet goed kent. Laat de hond tijdelijk in een andere kamer en laat de onbekende in uw woonkamer komen en op de grond gaan zitten. Zodra de persoon op de vloer zit, laat de hond de kamer inkomen en plaats hem aan de andere kant van de kamer. Het is belangrijk dat de onbekende voor zeker 30 seconden stil is. We willen de reactie van de hond observeren gedurende die tijd. Als de hond helemaal geen aanstalten maakt om de persoon te benaderen dan kan de onbekende dit zachtjes stimuleren. Op dit punt moet u goed kijken naar de reactie van de hond.

  1. Gaat hij rennend naar de onbekende persoon, met zijn staart en oren omhoog?

  2. Wordt hij opgewonden en gedraagt hij zich speels ten opzichten van de persoon?

  3. Lijkt hij bezorgd en timide en is hij er niet zeker van of hij de persoon moet benaderen? Als hij de persoon wel benadert, heeft hij dan zijn staart tussen de benen?

De volgende test waar we het over hadden was de reactie op een nieuwe omgeving. In deze test brengt u de hond naar een ruimte waar hij nog nooit is geweest. Dit kan het huis van een vriend zijn, de dierenarts of zelfs de kapsalon. Begin gelijk met het opslaan van zijn reacties.

  1. Gaat hij direct, dapper naar binnen met zijn staart en oren omhoog op een erg dominante manier?

  2. Lijkt hij nieuwsgierig, blij om mensen te zien en onderzoekt hij de omgeving op een blije manier?

  3. Beweegt hij amper en blijft hij dicht bij uw benen of gaat hij zelfs liggen? Is hij erg nerveus of verlegen?

De derde test die ik gebruikt om de persoonlijkheid van de hond te ontdekken is de tolerantie in de omgang met de hond. Zoek een comfortabele plek waar u lekker kunt gaan zitten op de vloer, bank of stoel en gemakkelijk de hond op kan tillen op uw schoot kunt zetten. Als u dit gedaan heeft rolt u heel rustig en voorzichtig de hond op zijn rug. Houd de hond in deze positie voor zeker 30 seconden en observeer de situatie.

  1. Worstelt de hond voor meer dan 30 seconden? Bijt en gromt hij, is hij agressief en daagt hij u uit?

  2. Worstelt hij een beetje in het begin maar ontspant hij uiteindelijk op uw schoot en begint hij u te likken en met u te spelen?

  3. Urineert hij onderdanig, lijkt hij angstig of onzeker?

Als de hond vooral met A reacties reageerde dan hebben ze vaak te maken met een dominante alfahond. Bij dit soort honden heeft u een stevige eigenaar nodig die zeker is van zijn zaak. De eigenaar moet streng zijn voor de hond en er zullen veel regeltjes moeten zijn voor de hond. De eigenaar moet terughoudend zijn met beloningen.

Als uw hond meer B reacties gaf, heeft u waarschijnlijk te maken met een bètahond wat een mooie middenweg is. Ze zijn gemakkelijk om mee te leven maar hebben wel consistentie nodig in de opvoeding. Ze zijn gemakkelijk in een gezin te houden. Ze hebben wel discipline en beloningen nodig. Bètahonden passen bijna in elke situatie.

In de laatste categorie, als uw hond meer C reacties vertoonde, heeft u waarschijnlijk een omegahond. Deze hebben weinig discipline nodig en veel beloning. Helaas zijn het honden die snel bijten uit angst en ze hebben training nodig voor zelfvertrouwen. Het blijft een lopend project. Ze hebben behoefte aan zachtaardige, geduldige eigenaren met een rustige levensstijl. Ze passen zich niet zo gemakkelijk aan en kunnen mogelijk niet goed reageren op veel kinderen in de omgeving.