Speciale voedingsregels voor puppies

Puppies moeten de eerste 8 weken 3 tot 4 keer per dag gevoed worden. Daarna is 1 tot 2 keer voldoende. In het begin moet u hem soms een beetje aanmoedigen om te eten. Voor puppies kan het tevens goed zijn om het eten onderdeel te laten zijn van zijn complete training. Zodra hij gewend is om uit zijn eigen bakje te eten moet u hem:

  • laten wachten met eten tot u zelf gegeten heeft

  • laten zitten voor hij kan gaan eten

  • soms even zijn eten afpakken. Op dat moment moet u hem even complimentje geven. Zo leert u hem niet te bezitterig zijn met betrekking tot zijn eten en zaken in het algemeen

(Nog meer) informatie over alternatieve voeding

De meeste mensen die naar voeding in het algemeen vragen, zijn op zoek naar andere manieren om over het onderwerp na te denken. Er is een stroming honden eigenaren die hun hond zogenaamd ‘BARF’ eten geven. BARF staat voor Bones and Raw Food en bestaat uit een dieet van rauw vlees, maar ook groenten en plantaardige voeding voor honden. Het uitgangspunt bij deze soort voeding is vaak dat eigenaar de voeding zelf bereid, soms op eigen recept, op basis van wat honden in het wild zouden eten of in de natuur hebben gegeten.

Ook is er in deze beweging veel (terechte) kritiek op de huisdier-voeding industrie, waarnaar het de moeite is serieus te kijken. Naast het zelf maken van voeding op basis van natuurlijke ingrediënten, zijn er ook ‘eco’ natuurlijke kant en klaar voedingsmerken beschikbaar. Jongere honden zijn zeker in het begin afhankelijk van melk en moeten wennen aan vast voedsel. Zodra je overgaat op vast voedsel, kun je het best beginnen met het voedsel wat je hem van plan bent te geven. Zorg ervoor dat je stapsgewijs handelt en dwing hem niet iets te eten wat hij niet wil. Als hjj voorkeur geeft voor een bepaald gedeelte van een natuurlijk voedingspatroon, kun je hiermee beginnen als een basis, waarna je variatie toevoegt aan zijn ‘lievelings’eten.

Het is een goed idee om een hoger aantal kleinere porties te geven, zoals 3 of porties per dag als dit je lukt, vanwege de grootte van zijn of haar maag, en wat honden gewend zijn in het wild. Laat het honden 10 minuten staan en haal de kom dan weg, ongeacht of het eten op is. Dit helpt een levenslange gewoonte om zijn eten op te maken ontwikkelen en niet moeilijk te zijn met eten.

In een wilde roedel is voedsel meestal beperkt, en weg is weg.

Groenten.
Honden (zelfs wolven) eten in het wild van alles. Vlees is niet altijd voor handen, en groenten zijn een goede tweede keus. Groenten dienen als voeding, maar vaak ook als instinctieve reactie; dieren weten welke groenten te eten, welke te vermijden en zelfs op zoek te gaan naar specifieke planten die de natuur biedt als zich een ziekte, verwonding of zich een andere lichamelijke behoefte voordoet. Het is belangrijk te onthouden dat honden verschillen in welk eten ze de voorkeur geven, en het goed is om hier aandacht aan te geven zonder hem variatie te ontnemen en willekeurigheid toe te staan. Een nadruk op bepaald voedsel in een dieet is een normaal en zelfs gezond iets wat voortkomt uit de omgeving, dagelijkse activiteiten en factoren die we wellicht nog onvoldoende begrijpen. Experimenteren en aanpassen is de manier hier.

Uiteindelijk wil je hem of haar elke groente laten proberen, en een gebalanceerd dieet geven dat voldoet aan alle mineralen, vitaminen en voedingsstoffen die hij nodig heeft in zijn groei fases. Om te zorgen dat hij gezond blijft, heeft hij uiteraard ook lichaamsbeweging en gehoorzaamheidstraining nodig, die hem mentaal en fysiek stimuleren.

Granen
Sommige mensen vragen zich af of honden ook granen kunnen eten. Enkele belangrijke dingen om te onthouden zijn:

– De meeste honden in het wild zullen geen granen eten. Deze zijn te klein en vormen geen voor de hand liggende voedselkeuze
– Als gevolg is de hond (evenals de mens) historisch niet voorbereid en gericht op vertering van granen. Sommige honden hebben granen allergie, en het kan ten koste gaan van de behoefte aan proteïne rijk voedsel.
– De reden voor graan als keus in mensen en honden voeding zijn de kosten versus de calorien: het is redelijk goedkoop en levert korte-termijn energie, maar het komt in de buurt van het eten van fast food. In plaats van het verteren van complexe groenten en de rijke suikers daarin, worden de koolhydraten in graanproducten omgezet in simpele suikers die weinig anders kunnen dan energie leveren en dat verbranden. Als bouw- en voedingsstof is het minder geschikt. Het is een goedkoop landbouw product, wat de reden is dat het in veel soorten voeding terugkomt.

De beste voeding voor uw hond

Het kan niet vaak genoeg gezegd worden. Kwaliteitsvoer voor uw hond is erg belangrijk. Hiervoor kunt u het best naar een dierenspeciaalzaak gaan, omdat kwaliteitsvoer uit een supermarkt vaak van mindere kwaliteit is.

Zoals al eerder werd aangestipt kunt u uw dierenarts vragen welk hondenvoer het meest geschikt is voor uw hond. Kwaliteitsvoer is rijker aan eiwit, omdat het hoofdingrediënt in de meeste gevallen vlees is. Ondanks dat dit voer iets duurder is, heeft u er minder van nodig omdat het voedzamer is. Op de lange termijn is het kwaliteitsvoer daarom vaak net zo duur als het goedkopere merk. Bovendien heeft uw hond minder kans om ziek te worden.

Waar moet u op letten?

Fabrikanten van hondenvoer doen hun uiterste best om veilig en gezond hondenvoer te maken. Toch moet u wel goed letten op de ingrediënten die in het voer zitten. U moet uw hond geen hondenvoer geven waar kleurstoffen in zitten. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat sommige kleurstoffen kanker kunnen veroorzaken. Ook hondenvoer met conserveringsmiddelen kunt u uw hond beter niet geven.

Zolang het eten van uw hond goed uitgebalanceerd is, is er geen enkel bezwaar om hem zijn hele leven hetzelfde hondenvoer te geven. Als u echter zo nu en dan zijn eten varieert kan dit hem wel meer plezier geven tijdens het eten.

Sommige honden nemen het niet zo nauw met eten. Soms eten ze dagen achtereen niet. Dit komt vaker voor bij kleinere honden. In principe hoeft dit geen probleem te zijn, want toen honden nog in het wild leefden waren ze er aan gewend om maar 1 of 2 keer in de week te eten. Hierdoor hebben ze een redelijk grote maag ontwikkeld om voedsel in op te slaan. Uiteindelijk zal uw hond wel weer gaan eten, omdat zijn eetinstinct hem dat vertelt.

Zo nu en dan eet een hond wel eens gras, onkruid of een stukje van een plant. Dat is heel normaal en u hoeft zich er geen zorgen over te maken. Het kan zelfs bijdragen aan zijn dagelijkse behoeften aan vezels. Vezels zijn goed voor de spijsvertering en een goede spijsvertering verkleint de kans op darmkanker.

Sommige mensen kiezen de laatste jaren steeds meer voor de zogenaamde BARF voeding: Bones and Raw food oftewel botten en rauw eten. Dit specifieke dieet heeft voordelen omdat het aansluit bij het dieet van honden en wolven van oudsher. Voor dit specifieke dieet is veel research belangrijk en u doet er des te meer goed aan om dit te overleggen met uw dierenarts voor u de keuze maakt voor dit zeer uitgebreide en veelzijdig in te richten dieet.

Begin vroeg met opvoeden van kauwende en bijtende honden

Als u vroeg begint met de opvoeding en training van uw huisdier scheelt u dat op de lange termijn een heleboel ergernis. Heeft u een puppy gekocht? Dan zult u wel gemerkt hebben dat hij het heerlijk vindt om overal op te kauwen. Dit is natuurlijk niet erg zolang hij kauwt op een speeltje of een kauwstick, maar hij zal echt overal op kauwen. Slippers, schoenen, meubels en alles wat hij maar tegenkomt. Hier moet u meteen tegen optreden, anders kan het later nog een serieus probleem worden.

De pup bekend maken met de huisregels kan een goede basis zijn voor zijn verdere training. Op die manier leert hij u en uw huis te respecteren en weet hij wie er de baas is. Als u spullen heeft die u liever niet kapot gekauwd ziet – bijvoorbeeld die dure schoenen die u een fortuin kostten – dan kunt u ze maar beter goed wegzetten. Uw pup maakt geen onderscheid tussen een dure schoen en een goedkoop speeltje uit de dierenwinkel. De keuze is aan u! Mocht uw pup toch onverhoopt aan iets zitten knagen wat niet mag neem het hem dan af en zeg streng: Af! U moet nooit gaan schreeuwen of uw hond slaan als hij iets doet wat niet mag. Dan maakt u hem alleen maar bang en beschadigt u de vertrouwensband. Het is voldoende om het af te pakken en hem streng, maar rustig toe te spreken.

Welk ras kies ik?

U doet het. Het is tijd dat u uw huis wat verlevendigt en uw gezin uitbreidt met een lieve pup. Maar hoe komt u tot de beste keuze voor u en uw gezin?

Welk ras?

Het kiezen van het ras is niet iets wat u zo maar moet doen. De samenstelling en de aard van uw gezin, waar u woont en uw manier van leven zijn factoren die u moet laten meespelen bij het kiezen van een ras. Niet alle rassen hebben even veel aandacht nodig. Ook past het ene ras beter bij gezinnen met kinderen, het andere ras heeft weer meer kans op een rasgebonden genetische afwijking. Het zijn allemaal belangrijke afwegingen die u moet maken om uiteindelijk tot een keuze te komen.

Het is verstandig om u goed te verdiepen in de verschillende rassen die u overweegt. Op die manier kunt u te weten komen welk ras het best bij uw manier van leven past. Hoe zeer u ook gebrand bent om een bepaald type hond te nemen, alles dient af te hangen van de ruimte die u de hond kunt bieden en de tijd en aandacht die u te besteden heeft. Het kan u een enorme vergissing besparen. Rottweilers zijn bijvoorbeeld erg sterk. Niet alleen fysiek maar ook mentaal. Ze staan bekend om hun dominante trekjes en het is daarom erg belangrijk om ze goed op te voeden. Op deze manier kunt u een erg agressieve en dominante hond voorkomen. Een Golden Retriever daarentegen staat weer bekend als de ultieme gezinshond, omdat ze zo goed met kinderen overweg kunnen. Maar ook deze honden hebben voldoende aandacht en beweging nodig. Een Border collie kan ook een goede gezinshond zijn, maar dit ras is minder geschikt als u klein behuisd bent. Meestal is ook een erg intensieve opvoeding vereist.

Er is een groot aantal hondenrassen waar u uit kunt kiezen. Hoe meer u zich verdiept in deze rassen, des te beter kunt u de hond kiezen die het best past bij u en uw gezin. Het is verstandig om eens te gaan praten met een aantal fokkers bij u in de buurt. Ze kunnen u vaak zeer waardevolle informatie verschaffen en aangeven welk ras het best bij u past. De volgende paragrafen staan vol met tips hoe u een geschikte fokker kunt vinden en welke vragen u hem zou moeten stellen om tot de ideale keuze te komen.

Het bezoeken van hondenshows en het ontmoeten van andere hondenbezitters en trainers kan ook veel informatie opleveren die uw keuze kan vergemakkelijken. Verder zijn er talloze boeken over de verschillende rassen die u verder kunnen helpen. In hoofdstuk drie komen het kiezen van een erkende fokker en de vragen die u hem kunt stellen aan de orde.

Waar koop ik mijn hond of pup?

U doet er verstandig aan altijd te kiezen voor een erkende fokker. Dit kan een hoop problemen en verdriet schelen voor het hele gezin. Meer informatie over de dichtstbijzijnde fokkers kunt u bijvoorbeeld krijgen bij de plaatselijke hondenclub of kennel – of u wint informatie in bij de “Raad van Beheer” (op kynologisch gebied in Nederland). Zij kunnen u een fokker aanbevelen en zo weet u dat u daar met een gerust hart een hond of pup kunt kopen. Indien u kiest voor een erkende fokker heeft u meer kans op een gezonde pup. Een erkende fokker heeft de reputatie van zijn bedrijf hoog te houden en zal daarom goed voor zijn dieren zorgen.

Een goede fokker valt makkelijk te herkennen omdat ze van harte antwoord geven op al uw vragen. Vaak kunt u de pup van uw keus eindeloos bezoeken, totdat deze oud genoeg is om mee naar huis te nemen.

Een ander voordeel van een erkende fokker is, dat deze u kan voorzien van alle officiële papieren van de hond, waaronder de stamboom. Zij beschikken over alle informatie van de afkomst van de pup en kunnen u ‘laten kennis maken’ met de ouders. Tevens kunnen ze u vertellen hoe u de hond in die eerste maanden moet voeden. De fokker kan u verzekeren dat de pup ingeënt is en een paspoort heeft. Hij kan u daarvan de papieren overhandigen.

Wat u absoluut moet vermijden zijn hondenhandelaren. Deze hebben geen enkel oog voor het welzijn van de dieren en gaan vaak gewetenloos te werk. Deze handelaren proberen gewoon zoveel mogelijk pups te verkopen aan een ieder die er de juiste prijs voor over heeft. De pups mogen daar dan wel een stuk goedkoper zijn, maar u loopt het risico dat u uiteindelijk met een hond zit die niet gevaccineerd is of niet over de benodigde papieren beschikt. Vaak hebben ze nog wat ziekten onder de leden of zelfs infecties. Het zal uiteindelijk alleen maar verdriet opleveren.

U heeft totaal geen inzicht in de achtergrond en stamboom van het dier. U weet niet wat voor een karakter de pup heeft en als u daar eenmaal een pup heeft gekocht is er geen weg meer terug, hoe ziek de hond later ook blijkt te zijn.

Een laatste mogelijkheid is om een hond uit een asiel te halen. Hier vindt u vaak wel al wat oudere honden. Het werk wat men daar verricht is van onschatbare waarde. De dieren die daar zitten zijn vaak achtergelaten of mishandeld. Dit betekent wel dat honden die u uit een asiel haalt extra aandacht en zorg nodig hebben. Vaak moet u ze ook heropvoeden, omdat volwassen honden vaak al bepaalde gewoontes hebben aangeleerd en karaktertrekjes hebben die u ze maar slecht kunt afleren. Als u een gezin heeft met jonge kinderen is dit misschien niet de meest verstandige keuze. Aan de andere kant, als u veel tijd heeft en de hond de aandacht kunt geven die hij nodig heeft om weer een beetje vertrouwd te raken met mensen om zich heen, dan zal een asiel u van harte welkom heten. Het asiel zal niet zomaar aan iedereen een hond meegeven en zal daarom nagaan of uw manier van leven en uw woonsituatie geschikt zijn voor één van hun honden.

Een pup moet aan u kunnen wennen. Het is daarom aan te raden om een pup te kiezen die een week of zes oud is en hem niet eerder mee naar huis te nemen dan voor hij 8 weken oud is. Gun de pup een paar weken te tijd om aan u en uw gezin gewend te raken door hem in die periode vaak te bezoeken bij de fokker. Wanneer u de pup uiteindelijk komt ophalen zal hij al vast gewend zijn aan uw lichaamsgeur en uw stem. Op die manier is de overgang naar zijn nieuwe thuis veel minder ingrijpend.

Het voordeel van een jong hondje ten opzichte van een oudere hond, is dat u uw huisdier nog kunt trainen en vormen. Dit in tegenstelling tot een wat oudere hond die zowel qua gedrag als geestelijk al een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Een oudere hond kan daarom veel lastiger zijn in de omgang, omdat hij al bepaalde gewoontes heeft die ongewenst en moeilijk af te leren kunnen zijn. Een oudere hond kan wel geschikt zijn als u voldoende tijd heeft voor de hond en bijvoorbeeld geen kinderen of andere huisdieren heeft.

De veelzijdige labrador

De labrador retriever is een liefdevolle, hartelijke, aaibare, geduldige hond. Ze zijn zeer intelligent, loyaal en welwillend met sterke geesteskracht. Levendig en opgewekt als ze zijn houden ze van spelen; met name in water want ze houden van zwemmen! Ze hebben een uitstekend, betrouwbaar temperament en zijn vriendelijk, geweldig met kinderen en gelijkmoedig aan andere honden. Ze verlangen naar menselijke aandacht en moeten het gevoel hebben dat ze deel uitmaken van de familie. Labradors zijn gemakkelijk te trainen. Sommigen kunnen gereserveerd zijn tegenover vreemden, tenzij ze als puppy veel sociale interactie hebben gehad. Het zijn oplettende honden, maar geen waakhonden, met enkele uitzonderingen daargelaten. Ze kunnen destructief gedrag vertonen als ze teveel aan hun lot worden overgelaten. Leer labradors in een vroeg stadium van hun training dat ze niet aan de riem moeten trekken vanwege hun sterke nekken. Showhonden zijn over het algemeen zwaarder maar gemakkelijker te hanteren dan veldhonden. Veldhonden daarentegen zijn beweeglijk maar vaak erg gespannen. De beste huisdieren zijn vaak een combinatie van deze twee bloedlijnen; deze combinatie is dan ook zeer populair. Wanneer u van plan bent de hond als showdier te trainen, koop dan alleen van een gerenommeerde fokker. Labradors zijn iets meer dominant en onafhankelijk dan de golden retriever. Enkele van zijn talenten zijn; jagen, spoorzoeken, ophalen, waakhond zijn, politiewerk, drugsopsporing, blindengeleidehond, servicehond voor gehandicapten, reddingsacties, sleeën, kartrekken, wendbaarheid en competitieve gehoorzaamheidtraining. De Engelse Labrador is rustiger en kalmer dan de labrador van Amerikaanse bloedlijn. Ook worden Engelse labradors eerder volwassen dan hun Amerikaanse verwanten.

Zoals hiervoor vermeld zijn er twee typen labradors, de Engelse en de Amerikaanse labrador. Ze verschillen wat betreft hun algemene voorkomen. De Engels gefokte labrador is zwaarder, dikker en hoekiger. De Amerikaanse variant is lang en slungelig. De labrador retriever is een stevige, gespierde hond, iets langer dan hoog met een korte, harde, makkelijk te onderhouden, waterbestendige dubbele vacht zonder golven met de kleuren zwart, geel of chocoladebruin. Er schijnt ook een zeldzame zilverkleurige of grijskleurige vacht te bestaan. Deze bewering is echter controversieel en sommigen zeggen dat de zeldzame kleuren het gevolg zijn van kruisingen met een Weimeriner. Anderen zeggen dat het om een echte labrador-mutatie gaat. De labrador heeft een brede kop, een dikke neus en scherpe tanden. De snuit is redelijk wijd en de nek is krachtig. De ogen zijn hazelnootbruin met een intelligente uitstraling. De gemiddeld grote oren hangen naar beneden. De otterstaart is sterk en dik aan het begin maar loopt spits toe en is helemaal bedekt met haar. De ledematen hebben een goede botstructuur. De voeten met zwemvliezen helpen hem bij het zwemmen. Ze hebben aanleg voor heup en elleboog afwijkingen, die kunnen resulteren in kreupelheid, (nacht)blindheid en andere oogafwijkingen.

Labradors kunnen goed gedijen in een appartement als ze genoeg beweging krijgen. Binnenshuis zijn ze gemiddeld actief en zijn op hun best in een tuin van gemiddelde grootte. Labrador retrievers zijn energieke dieren, blij om veel te spelen en te werken. Ze hebben veel beweging nodig. Het zijn grote eters die zelfs met middelmatige porties veel beweging nodig hebben om hun aanleg tot overgewicht tegen te gaan. Gemiddeld worden deze honden zo’n 10 tot 12 jaar oud. Ze zijn ongeveer 58 centimeter hoog en wegen zo’n 30 kilo. Sommige mannetjes kunnen echter groeien tot wel 45 kilo of meer. De zachte, korte, dubbele vacht is gemakkelijk te verzorgen. Kam en borstel de hond regelmatig met een stevige kwast, waarbij u moet letten op de onderste vacht. Baden en droog wassen hoeft alleen wanneer noodzakelijk.

De labrador is een van de meest populaire hondenrassen in de Verenigde Staten. Ooit stond hij bekend als de “St. John’s hond”. De labrador komt oorspronkelijk uit Newfoundland (Canada) waar hij werd getraind om overboord te springen in ijzig water en de netten van vissermannen naar de kant te brengen. Enkele van de dieren werden rond 1800 naar Engeland gebracht door Engelse schepen die vanaf Labrador kwamen, waar zijn ophaal instincten werden geëerd en ontwikkeld door training. Hoewel de labrador één van de beste familiehonden en -metgezellen is vanwege hun zachte en liefdevolle karakter, zijn ze ook zeer goed te trainen voor drugsopsporing, blindengeleidehond en servicehond voor gehandicapten. Deze soort is zeer geschikt voor verschillende soorten hondentraining; gehoorzaamheidstraining, veldproef training etc.

Begin vroeg met de opvoeding van een herder

De Duitse herder is knap, goed geproportioneerd en erg sterk. De vacht heeft meestal de kleuren zwart met gebruinde stukken, sabelbont of helemaal zwart, maar ook de kleuren blauw, leverbruin en wit, maar deze kleuren kloppen volgens de meeste standaarden niet met de beschrijving van de Duitse herder. Volledig wit is ook geen geaccepteerde kleur voor dit ras, hoewel ze nu worden erkend als een apart ras; de Amerikaanse witte herder.
De neus is meestal zwart maar blauw of leverbruin komt nog steeds voor. Hij heeft een stevig, gespierd, lichtelijk verlengd lichaam met een lichte maar stevige botstructuur. Zijn hoofd staat in verhouding tot zijn lichaam en het voorhoofd is een beetje bolrond. Hij heeft een sterke scharenbeet, de oren zijn breed aan de basis, staan puntig rechtop en zijn naar voren gedraaid (de oren van puppies jonger dan 6 maanden kunnen lichtelijk hangend zijn). De ogen zijn amandelvormig en nooit uitpuilend, donker met een levendige, intelligente uitdrukking. Zijn wilde staart hangt naar beneden wanneer de hond in rust is. Zijn voorpoten en schouders zijn gespierd, zijn dijen dik en stevig. Hij heeft ronde voeten met erg harde zolen. Er zijn drie variaties van de Duitse Herder; grove vacht, lange grove vacht en langharig. Deze hond wordt gemiddeld 13 jaar oud.

Herders zijn direct en angstloos, onstuimig, vurig en alert. Moedig, optimistisch, gehoorzaam en ze willen graag leren. Bekend voor hun ongekende trouw en moed. Kalm en zelfverzekerd, maar ongevaarlijk. Serieus met bijna menselijke intelligentie. Ze hebben een hoge leercapaciteit. Duitse herders zijn graag dicht bij hun familie, maar ze zijn erg bedachtzaam tegenover vreemden. Deze hond heeft mensen nodig en moet niet lange tijden alleen worden gelaten. Hij blaft alleen wanneer noodzakelijk. Duitse herders hebben een erg sterk beschermend instinct, dus ze moeten intensief sociaal worden getraind om over-beschermend gedrag te voorkomen als ze volwassen zijn. Agressie en aanvallen op mensen zijn voornamelijk te wijten aan slecht fokken, slechte training en omgang. Een goed gefokte, aangepaste en getrainde Duitse herder is over het algemeen goed met andere huisdieren en perfect met kinderen.

Ze moeten stevig worden getraind in gehoorzaamheid vanaf een jonge leeftijd. Het is van het grootste belang dat u uw Duitse herder van een erkende fokker koopt. Sommigen zijn timide en schichtig en kunnen soms uit angst bijten. Doe onderzoek naar de afkomst van uw pup. Om succesvolle huisdieren te kunnen zijn moeten deze honden vanaf jonge leeftijd worden getraind en gesocialiseerd op een stevige maar liefdevolle manier. Straftraining werkt niet goed bij deze honden. Om echt gelukkig te worden heeft deze hond een doel nodig in zijn leven. Deze soort is zo intelligent en leert zo snel dat hij is gebruikt als schaapshond, waakhond, in politiewerk, blindengeleidehond, in reddingsoperaties en in het leger. De Duitse herder is ook uitmuntend in andere hondenactiviteiten zoals hondensport, spoorzoeken, gehoorzaamheid- en behendigheidstraining, flyball en ringsport. Zijn fijne neus kan drugs of insluipers ruiken, en gaslekken in pijpen 4 meter onder de grond opsporen. De Duitse Herder is ook populair als showhond en familiehond.

Onzorgvuldig fokken heft geleid tot erfelijke ziektes zoals heup en elleboogafwijkingen (wees er zeker van dat beide ouders van uw pup gezond zijn verklaard van erfelijke ziektes), bloedafwijkingen, spijsverteringsproblemen, epilepsie, chronisch eczeem, dwergachtigheid en vlooienallergie.

De Duitse herder kan het goed doen in een appartement wanneer hij voldoende lichaamsbeweging krijgt. Ze zijn binnenshuis redelijk inactief en hebben het meeste baat bij een grote tuin. Duitse herdershonden houden van inspannende activiteit, bij voorkeur gecombineerd met training, wederom vanwege hun intelligentie en behoefte aan uitdagingen.

Deze hondensoort verliest constant kleine hoeveelheden haar en is een hevige ruier. Een snelle dagelijkse afborsteling is het beste tenzij haren in het huis geen probleem zijn. Ze hoeven maar zelden in bad (een à twee keer jaar) zodat het oliepeil op de huid intact blijft.

Waarom chihuahua’s socialisatie hard nodig hebben

De Chihuahua is een kleine hond met een appel-vormige kop en een korte puntige bek.
Deze hond heeft erg grote donkere ogen. Hun lijf is stevig, langer dan de hond groot is en de staart is sikkelvormig, gekruld over de rug of naar de zijkant. De Chihuahua’s zijn robuuster dan ze lijken met hun hoge rug en rechte poten. Er zijn verschillende kleuren Chihuahua’s. Ze zijn zo’n 15-23 cm groot en wegen tussen de 1 en de 3 kilo. Ze worden ongeveer 15 jaar oud. Naast de gewone kortharige is er ook nog een langharige soort.

De Chihuahua is een goede gezelschapshond. Extreem energiek, ondernemend, brutaal en geeft en vraagt genegenheid. Ze hebben een sterke wil, zijn erg loyaal en raken erg gehecht aan hun baasjes. Ze zijn zonder twijfel achterdochtig naar andere mensen behalve naar hun baasjes. Als er vreemde mensen in de buurt zijn, volgt deze hond hun baasje bij elke beweging en probeert zo dicht mogelijk bij hem te blijven.
Sommige mensen vinden het een beetje moeilijk om deze hond te trainen, maar ze zijn intelligent, leren snel en reageren in het geheel goed.

Dit ras kan echter wel happen naar kinderen die hem plagen omdat hij zich dan bedreigt voelt en te klein is om snel weg te komen. Hij gebruikt dan zijn tanden om zich zelf te verdedigen. Deze hond zal dus niet worden aanbevolen in combinatie met kinderen. Het vraagt veel geduld om een Chihuahua zindelijk te maken.
Om deze hond sociaal te maken als pup, is het belangrijk extreem agressief gedrag met andere honden te vermijden en terughoudend zijn in contact met vreemden. Het is wel belangrijk de hond overal naar toe te nemen zodat de hond grote hoeveelheden mensen tegenkomt.

Een goed gesocialiseerde Chihuahua kan ook vriendelijk zijn naar vreemden en andere honden. Bij het trainen van deze hondensoort is socialisering dan ook een belangrijk aspect. Goede training van deze honden kan zijn vruchten afwerpen; hierbij is consistentie een sleutelwoord. Neem bij het trainen altijd het natuurlijke temperament van de Chihuahua in acht; zo verkrijgt u de beste resultaten.

Door de korte neus heeft de Chihuahua een zwarte ademhaling en neigt tot snurken, ook is deze hond gevoelig voor droge ogen en oogziekten, verkoudheid, stress en reuma.
De Chihuahua heeft een hekel aan kou en kan gaan rillen. Ze vinden dan ook een warme trui heerlijk op koudere dagen. Het zijn goede kleine hondjes voor op een appartement.

Hoewel het verleidelijk is deze sierlijke beestjes te dragen zullen ze fitter blijven als u ze zelf laat wandelen. Hierbij is een harnasje veiliger dan een halsband. Denk niet dat de Chihuahua door zijn kleine omvang alleen in kleine ruimtes wil leven.

Een zachte, kortharige vacht moet van tijd tot tijd rustig worden geborsteld of simpelweg worden afgenomen met een vochtig doekje. Een langharige vacht moet dagelijks worden geborsteld met een zachte stoppelige borstel. Beide soorten dienen 1 keer per maand in bad gedaan te worden, waarbij u moet opletten dat er geen water in de oortjes komt. Controleer de oren regelmatig en houd de nagels kort. Deze hondensoort heeft bij het ruien een gemiddelde haaruitval.

Dit is de oudste hondensoort op het Amerikaanse continent en de kleinste hondensoort ter wereld. Hoewel hij oorspronkelijk uit Mexico komt lijkt hij te zijn geďntroduceerd door de Chinezen. Pas tegen het einde van de 19e eeuw is de Chihuahua naar Europa gehaald. De Chihuahua dankt zijn naam aan de Mexicaanse provincie Chihuahua van waar hij door reizigers is weggevoerd naar de rest van de wereld. Volgens inheemse indiaanse stammen uit de pre-Columbiaanse tijd was de Chihuahua heilig. De meeste gewaarde van deze honden wegen slechts 1.3 kilo. Sommigen kunnen zelfs rechtop staan in een menselijke handpalm! Er is een langharige variant van dit dier die anders wordt benoemd maar in wezen hetzelfde is als de Chihuahua, met de vacht als uitzondering. Het is een populaire, economisch interessante hond.

Het ABC systeem van training en opvoeding

Een belangrijk begrip wat ik u wil meegeven voordat u begint is een beetje informatie over hoe een hond het snelst nieuwe dingen aanleert: Het ABC systreem. Dit is een acroniem voor Associatie, Bekrachtiging en Consistentie. Zodra u een goed begrip heeft van ABC zult u geen problemen ondervinden bij het trainen van uw hond.

Associatie, Bekrachtiging en Consistentie zijn drie vitale punten van aandacht die elke hondentrainer in zijn of haar achterhoofd moet houden voor het juist trainen van een hond.

Honden leven met het moment en hebben daarom maar een simpel perspectief van de wereld om hun heen. Ze leren door een actie te associëren met een positieve of negatieve reactie. Een voorbeeld van een positieve associatie is het geven van een beloning (zoals een honden snoepje) als de hond naar u toe komt als u zijn naam heeft geroepen. Na enige tijd zal de hond het roepen van zijn naam koppelen aan de beloningen.

De belangrijkste soorten beloningen voor een hond zijn voedsel, en (bevestigende, ofwel positieve) aandacht.

Daarom een paar woorden over beloning en straffen:

Voedsel beloningen zijn een goede manier om te starten met de training. Geef hem kleine beetjes, en moedig hem tegelijkertijd aan met uw aandacht en stem. Zodra hij de draad oppakt, bouwt u de voedsel beloningen af. Het doel is om zoveel mogelijk op basis van stem en aandacht te werken. Teveel voedsel houdt in dat hij niet voor u werkt, en als hij vol zit zal hij geen reden meer zien om te gehoorzamen.

In principe is beloning-gerichte training de beste manier om een hond nieuwe commando’s aan te leren. Alle succesvolle trainingsmethodes zijn hierop gebaseerd. Straffen is ook geen effectieve training strategie. Corrigeren, soms ferm, is beter; u laat hem of haar zien wat er verwacht wordt. Als de hond serieuze dominantie problemen heeft, moet u daar eerst aan werken.

Als u hem corrigeert, brengt u hem altijd terug naar de oefening. Begint hij net, dan kunt u hem belonen als hij het alsnog goed afmaakt. Traint hij al langer, dan beloont u voor commando’s die hij uit zichzelf heeft gehoorzaamd. Zo hoort het.

U leest meer over de verschillende soorten beloningen vindt u in module 3.

Punt B is Bekrachtiging: De hond zal dit patroon vasthouden als de acties en reacties consistent met elkaar blijven. Zo lang gehoorzaamheid consistent positief voor hem blijft uitpakken, zal hij dit patroon volgen: Honden doen, over het algemeen, wat werkt.

Het zijn net mensen…

Het laatste punt, consistentie, wat betekent dat alles hetzelfde blijft, zorgt voor duidelijkheid. Door consequent en consistent te zijn raakt de hond niet in de war; zijn rol is duidelijk, zijn positie is zeker. Dit zorgt voor een rustige, zekere, en daardoor sociale en gehoorzamere hond. Wees dus consequent en zorg er ook voor dat u de commando’s die u geeft ook kunt corrigeren als hij of zij ze niet opvolgt. Laat hem niet het idee krijgen dat ongehoorzaamheid af en toe ook okay is – dit legt de basis voor toekomstige conflicten.

Het ABC systeem is een makkelijke manier om te onthouden wat de basis is van goede training.

De persoonlijkheid van uw hond

Na het socialiseren heeft de persoonlijkheid de meeste invloed op het gedrag van uw hond. Het begrijpen hiervan is cruciaal voor de unieke benadering die u gebruikt voor uw hond. Een hond is wat dat betreft net een kind: elke is uniek en vereist een eigen aanpak. Voordat u begint met de training moeten we dus eerst de persoonlijkheid van de hond vaststellen. Na zeven weken is de persoonlijkheid van een hond redelijk te peilen. Zodra u de persoonlijkheid van de hond heeft achterhaald, haalt dit alle vragen weg over hoe de hond te trainen. U zult een beter begrip krijgen over wat voor hond u nu eigenlijk heeft en hoe een goed trainingsprogramma samen te stellen.

Grofweg zijn er drie categorieën honden. De dominante, de bèta en de omega. Dominante honden zijn sterk, dapper, zeker van hun zaak, confronterend en deinzen niet snel voor iets terug. Dit wordt ook wel de alfahond genoemd. Daarnaast is er de bètahond. De gulden middenweg. Dit is wat de meeste mensen zouden moeten hebben. Het is een rustige, ontspannen hond. Zeker van zijn zaak maar niet confronterend. Het is ook een leuke, energieke hond met wat pit en respect voor anderen. De laatste soort, de omegahond, is een onderdanige hond. Dit zijn gevoelige, zachte, passieve, rustige, verlegen maar ook angstige honden.

Om te bepalen wat voor hond u ongeveer heeft gebruiken we 3 testen. Deze noemen we de ‘Sociale interactie test’, de test van reacties op nieuwe omgevingen en tolerantie in het omgaan met de hond.

Laten we beginnen met de test van de sociale interactie. Dit zal bepalen hoe sociaal aantrekkelijk uw hond andere mensen vindt. U heeft hiervoor een aardige onbekende van de hond nodig – een vriend of familielid die de hond niet goed kent. Laat de hond tijdelijk in een andere kamer en laat de onbekende in uw woonkamer komen en op de grond gaan zitten. Zodra de persoon op de vloer zit, laat de hond de kamer inkomen en plaats hem aan de andere kant van de kamer. Het is belangrijk dat de onbekende voor zeker 30 seconden stil is. We willen de reactie van de hond observeren gedurende die tijd. Als de hond helemaal geen aanstalten maakt om de persoon te benaderen dan kan de onbekende dit zachtjes stimuleren. Op dit punt moet u goed kijken naar de reactie van de hond.

  1. Gaat hij rennend naar de onbekende persoon, met zijn staart en oren omhoog?

  2. Wordt hij opgewonden en gedraagt hij zich speels ten opzichten van de persoon?

  3. Lijkt hij bezorgd en timide en is hij er niet zeker van of hij de persoon moet benaderen? Als hij de persoon wel benadert, heeft hij dan zijn staart tussen de benen?

De volgende test waar we het over hadden was de reactie op een nieuwe omgeving. In deze test brengt u de hond naar een ruimte waar hij nog nooit is geweest. Dit kan het huis van een vriend zijn, de dierenarts of zelfs de kapsalon. Begin gelijk met het opslaan van zijn reacties.

  1. Gaat hij direct, dapper naar binnen met zijn staart en oren omhoog op een erg dominante manier?

  2. Lijkt hij nieuwsgierig, blij om mensen te zien en onderzoekt hij de omgeving op een blije manier?

  3. Beweegt hij amper en blijft hij dicht bij uw benen of gaat hij zelfs liggen? Is hij erg nerveus of verlegen?

De derde test die ik gebruikt om de persoonlijkheid van de hond te ontdekken is de tolerantie in de omgang met de hond. Zoek een comfortabele plek waar u lekker kunt gaan zitten op de vloer, bank of stoel en gemakkelijk de hond op kan tillen op uw schoot kunt zetten. Als u dit gedaan heeft rolt u heel rustig en voorzichtig de hond op zijn rug. Houd de hond in deze positie voor zeker 30 seconden en observeer de situatie.

  1. Worstelt de hond voor meer dan 30 seconden? Bijt en gromt hij, is hij agressief en daagt hij u uit?

  2. Worstelt hij een beetje in het begin maar ontspant hij uiteindelijk op uw schoot en begint hij u te likken en met u te spelen?

  3. Urineert hij onderdanig, lijkt hij angstig of onzeker?

Als de hond vooral met A reacties reageerde dan hebben ze vaak te maken met een dominante alfahond. Bij dit soort honden heeft u een stevige eigenaar nodig die zeker is van zijn zaak. De eigenaar moet streng zijn voor de hond en er zullen veel regeltjes moeten zijn voor de hond. De eigenaar moet terughoudend zijn met beloningen.

Als uw hond meer B reacties gaf, heeft u waarschijnlijk te maken met een bètahond wat een mooie middenweg is. Ze zijn gemakkelijk om mee te leven maar hebben wel consistentie nodig in de opvoeding. Ze zijn gemakkelijk in een gezin te houden. Ze hebben wel discipline en beloningen nodig. Bètahonden passen bijna in elke situatie.

In de laatste categorie, als uw hond meer C reacties vertoonde, heeft u waarschijnlijk een omegahond. Deze hebben weinig discipline nodig en veel beloning. Helaas zijn het honden die snel bijten uit angst en ze hebben training nodig voor zelfvertrouwen. Het blijft een lopend project. Ze hebben behoefte aan zachtaardige, geduldige eigenaren met een rustige levensstijl. Ze passen zich niet zo gemakkelijk aan en kunnen mogelijk niet goed reageren op veel kinderen in de omgeving.